Burgemeester Janssen

Toespraak van burgemeester Koos Janssen – Dodenherdenking – 4 mei 2021

***

Verhalen houden de herinnering levend. Verhalen zijn de brandstof om je te verplaatsen in een ander. Verhalen verbinden ons met elkaar. Dwars door alle generaties heen. In de aanloop naar vandaag, mocht ik het verhaal horen van mevrouw Tjallingii. Ik sprak met haar. Ze is 98 jaar oud en woont nog altijd in Zeist.

Mevrouw Tjallingii was tijdens de Tweede Wereldoorlog begin twintig en woonde aan De La Reylaan. Samen met haar ouders en 4 zusjes. Het was een klein huisje. Waar uit liefde ruimte werd gemaakt voor onderduikers. Mevrouw Tjallingii vertelde me dat ze in oktober 1942 werden gebeld door de ondergrondse. Er moest een jongetje worden opgehaald in Utrecht. Een Joods jongetje. Sjaak. Dit is wat ze zei.

‘Ik ging samen met mijn moeder naar Utrecht. Mijn moeder zei nog tegen mij: ‘Neem een schaartje mee. Doe die maar in je mantelzak. Want we moeten die ster van dat jasje afhalen op het station. Anders zien ze, als we thuis komen, dat we een Joods jongetje bij ons hebben…’ Sjaak zat daar op een bankje. Zwart jasje aan. Een witte zakdoek in zijn hand. Tien jaar oud. Ik zei tegen Sjaak: ‘Ha Sjaak, nou ben je mijn broertje. Ga je even met me mee?’ Mijn moeder sprak met de meneer die Sjaak bracht. We noemden hem Loek maar zo heette hij natuurlijk niet. Ik nam Sjaak mee naar het toilet op het station in Utrecht. Daar heb ik zijn ster eraf getornd…’

Dit is naastenliefde. Naastenliefde in de meest pure vorm. Iemand onderdak bieden die je niet kent. Ruimte maken voor nog een extra mond om te voeden, ook al is die ruimte er eigenlijk niet. Je hart openstellen voor een ander terwijl dat al gevuld is met angst.

Sjaak heeft uiteindelijk tweeënhalf jaar bij het gezin gewoond. Buiten kwam hij niet. Niemand wist van zijn bestaan. Op het hekje van de tuin had vader een hele sterke veer gemaakt. Als het hekje klapte, wist Sjaak dat hij direct naar boven moest gaan. Het is onvoorstelbaar! Wat een angstige tijd.  

Ik deel het verhaal van mevrouw Tjallingii vandaag met u, omdat dit soort verhalen ons leren waar het in het leven om gaat. Er zijn voor elkaar. Elkaar de hand reiken als het moeilijk is. Voorbij je eigen angst durven kijken.

Ook na de Tweede Wereldoorlog hebben we in de wereld gezien dat angst en wanhoop niet te voorkomen zijn. Dat is de loop van de tijd. En die maken we allemaal mee, op onze eigen manier. In iedere tijd zijn er uitdagingen die ons verstand te boven gaan. De vraag is: wat doet u dan? Durft u voorbij uw eigen angst te kijken? Durft u te zien wat een ander nodig heeft? Durft u uw hart open te stellen?

Ik vroeg mevrouw Tjallingii wat hen heeft gemotiveerd om Sjaak onderdak te bieden. Ze zei: ‘We voelden gewoon, we moeten de ander helpen.’ Ze voelde het gewoon. Gewoon, maar het was niet vanzelfsprekend. Het verhaal van mevrouw Tjallingii is een verhaal van bemoediging. Een verhaal van hoop. Een verhaal dat duidelijk maakt dat zelfs in de meest ellendige omstandigheden, het mensen zijn die ertoe doen. U, ik, wij allemaal.

Vandaag brengen we een eerbetoon. In heel Nederland. Aan al die mensen die, net als mevrouw Tjallingii, hun hart hebben opgesteld voor een ander. Die in een spannende en onvoorspelbare tijd, voorbij hun eigen angst hebben gekeken. De hand hebben uitgereikt. Voor onze vrijheid, vandaag de dag. We denken aan de mensen die zich hebben ingezet tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Indië tijd. En alle missies en vredesoperaties daarna. Dit eerbetoon is voor hen.

Toen ik mevrouw Tjallingii vroeg wat haar advies zou zijn voor ons, zei ze het volgende:

‘Wees optimistisch. Spreek jezelf moed in. En kijk om naar de ander. We hebben elkaar nodig in het leven.’

Dat was toen zo. En nu nog steeds.