2017 – Cecile aan de Stegge

U bent vanavond naar deze bijzondere plaats gekomen om alle mensen uit Zeist te gedenken die omkwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Zeister 4 en 5 mei Comité heeft mij uitgenodigd om u iets te vertellen over een bijzondere categorie ‘Vergeten Slachtoffers’ onder deze omgekomen Zeistenaren: de psychiatrische patiënten en mensen met een verstandelijke beperking die indertijd omkwamen in de Willem Arntsz Hoeve te Den Dolder. Een boek hierover van de hand van de historicus Marco Gietema en mij dat tot stand kwam in opdracht van de Stichtingen Altrecht en Reinaerde, is op 3 februari jongstleden in Den Dolder gepresenteerd. 

De Willem Arntsz Hoeve, een instelling die in 1940 902 erkende bedden telde, werd in de oorlog gedwongen om bijna 900 patiënten plus honderden personeelsleden extra te huisvesten, omdat vrijwel alle psychiatrische inrichtingen vanuit de kuststrook moesten evacueren naar het binnenland ten gevolge van de aanleg van de Atlantikwall. Hierdoor ontstond ernstige overbevolking in de Willem Arntsz Hoeve. Niet alleen werd de leefruimte voor alle patiënten kleiner en hadden zij minder mogelijkheden voor arbeidstherapie, zij staken elkaar ook sneller aan als er eens ongedierte of een besmettelijke ziekte de kop opstak. Daarnaast waren er signalen dat de patiënten te weinig eten kregen. Dat was ook werkelijk het geval. Zij werden dus steeds sneller ziek; het verplegend personeel kon deze ellende niet aan en nam in groten getale ontslag om te gaan werken in een algemeen ziekenhuis. Daar was werk genoeg voor hen onder invloed van het door de Duitsers geïntroduceerde Ziekenfondsbesluit.

Bovenop deze ramspoed ontstonden in de Willem Arntsz Hoeve ernstige problemen op bestuurlijk niveau, nadat enkele NSB-gezinde lieden uit de ondersteunende diensten boze brieven hadden gestuurd naar hoge instanties van de NSB en de Duitse bezetter. De bezetter verving in oktober 1942 eerst het vijfkoppige bestuur van de inrichting door drie rabiate nationaal-socialisten. Dezen confronteerden geneesheer-directeur Engelhard met verzet tegen zijn beleid. Toen Engelhard weigerde om de namen van circa 150 naar de Hoeve geëvacueerde joodse patiënten aan de Duitse Beauftragte bekend te maken omdat hij razzia’s vreesde, gaven de bestuurders die namen zelf door. Engelhard nam daarop woedend ontslag. Kort daarna greep de bezetter in. Tijdens een razzia in februari 1943 werden 17 joden opgepakt en werd Engelhard samen met enkele andere artsen gevangengezet. Het NSB-bestuur stelde in juni 1943 een nationaal-socialistische arts aan als nieuwe geneesheer-directeur. In de periode die daarop volgde liet deze nieuwe geneesheer-directeur in totaal nog eens 18 joden wegvoeren, verwaarloosde het onderhoud van de instelling, bezuinigde op vrijwel alles en loste aanzienlijke leningen van de instelling af, terwijl honderden patiënten uitteerden, ziek werden en stierven aan honger, ziekte en koude.

Van de 1750 patiënten op het terrein stierven er bijna 1200: daaronder 810 die geregistreerd stonden als patiënten van de Willem Arntsz Hoeve zelf. De overige overledenen waren afkomstig uit naar de Hoeve geëvacueerde inrichtingen. Het betrof volwassenen uit allerlei provincies en van alle gezindten. Over het geheel genomen stierven de meeste patiënten aan een infectieziekte; tuberculose kwam het vaakst voor, maar ook darminfecties en longontstekingen tierden welig. In de periode van 1 oktober 1944 tot en met 31 mei 1945 (de Hongerwinter) was de belangrijkste doodsoorzaak ondervoeding in combinatie met koude. In deze maanden stierven in totaal 1248 mensen in de gemeente Zeist, die toen ruim 38.000 inwoners had; 40 procent van dezen stierf in de Willem Arnts Hoeve, waar toen nog maximaal 1500 patiënten woonden. De kwaliteit van leven in de inrichting was dus veel en veel slechter dan elders in de Zeister samenleving. De overledenen werden via een afgelegen landweg rondom Zeist naar de Woudenbergseweg gebracht, zodat de hoge sterfte voor de Zeister bevolking mogelijk vrijwel verborgen bleef.

Niettemin: onder de 810 patiënten van de Hoeve bevonden zich 49 mensen die indertijd ingeschreven stonden als inwoners van Zeist; elf van hen waren letterlijk geboren en getogen in Zeist. Vijf van hen waren jonger dan 50 jaar. Hun namen lijken deels te horen bij rijke, mogelijk zelfs adellijke families, deels bij families van lager komaf. Zij vormden een doorsnede van de bevolking.

Ik heb met tal van nabestaanden uit het land contact gehad en voor het boek zeven biografieën van mensen uit andere plaatsen kunnen natrekken. Het is mij ondanks zeer veel telefoongesprekken tot op de dag van vandaag nog niet gelukt om het levensverhaal van één van deze inwoners uit Zeist compleet te krijgen. Ook tot de nabestaanden van twee overleden patiënten uit Bunnik heb ik niet kunnen doordringen. Het verst ben ik gekomen met de familie van Frans van Grondelle, een man uit Zeist die werd ingeschreven als patiënt van de Willem Arntsz Hoeve op 2 oktober 1942 en die stierf vlak voor de bevrijding, op 1 mei 1945, ongehuwd, zonder beroep, 44 jaar oud en dus veel te jong. De mensen uit zijn eigen generatie zijn allen overleden. Omdat hij ongehuwd en kinderloos was weten de huidige nabestaanden niet wat Oudoom Frans voor werk deed en waarom hij was opgenomen. De man die de stamboom van de familie Van Grondelle bijhoudt heeft ooit horen verluiden dat Frans ‘geestelijk gehandicapt’ zou zijn geweest.

Dames en heren, het feit dat het mij in Zeist en Bunnik nog niet gelukt is om het levensverhaal van ook maar één psychiatrische patiënt uit deze gemeenten compleet te krijgen frappeert mij.  Want als voormalig psychiatrisch verpleegkundige streef ik naar:

  • Eerherstel voor deze ‘vergeten slachtoffers’;
  • Correcte informatie aan nabestaanden;
  • Bewustwording van professionals en bestuurders;
  • Een samenleving die beseft hoe kwetsbaar mensen worden, wanneer zij onzichtbaar zijn voor de mensen die van hen houden’;
  • Meer zichtbaarheid en participatie voor mensen die in geestelijk opzicht iets mankeren.  

Daarom hoop ik dat iedere Zeistenaar die nog details weet over de politiek van de Duitsers of de NSB richting de Willem Arntsz Hoeve, over verzetslieden die de instelling hielpen, over de patiënten in de Willem Arntsz Hoeve, over de artsen die hen behandelden of over de verplegers en verpleegsters die hen verzorgden mij wil benaderen. Ik sta nog steeds open voor alle extra informatie, want ik ben werkelijk gaan houden van deze instelling in de gemeente Zeist.

Ik ben blij dat ik de kans heb gekregen hier onderzoek naar te doen en ik ben er trots op dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei naar aanleiding van dit onderzoek de argumenten voor haar kranslegging voor burgerslachtoffers heeft verruimd met de categorie mensen die door ‘verwaarlozing’ zijn omgekomen.  

Ik eindig graag met enkele dichtregels van de hand van een van de omgekomen patiënten, mevrouw Mina van Reemst-Luber:

Leven is: het “kennen” eren,

“’t Genieten”, drinken als de wijn.

Leven is: bewust begeeren,

Van Schoonheid en van Zonneschijn.

Leven is: geweld te keeren,

Door overheersching van den Geest.

Leven is: met Heilsbegeeren

Nooit zijn…. gelijk een beest.