2013-Berend Rijkens

Indonesië

 In 1926 ben ik geboren in Indonesië. Mijn vader was planter en directeur van een tapiocameelfabriek. Vanaf mijn vijfde kregen mijn broertje en ik thuis les. In 1934 vertrokken wij Nederland. We gingen wonen aan de Verlengde Slotlaan.  Mijn vader was pas 45 toen wij naar Nederland verhuisden. Hij  kocht voor een goed tijdverdrijf een boerderij in Driebergen De Hondspol aan de Gooijerdijk.

School

Ik ging naar de school van de Zeister Schoolvereniging aan de Verlengde Slotlaan. Toen ik 11 was ging ik naar het Christelijk lyceum. In 1939 ging Nederland mobiliseren. De school werd gevorderd voor de in  Nederlandse leger opgekomen soldaten. De lanen rond de school stonden vol met in beslag genomen vrachtauto’s, die groen gespoten moesten worden. Door gebrek aan lokalen hadden we veel vrij. Toen de oorlog uitbrak en Nederland werd bezet werd de school opnieuw gevorderd, maar toen door de Duitsers. In 1942 heb ik eindexamen gedaan. Je mocht pas studeren als je eerst 6 maanden arbeidsdienst had vervuld. Ik was hiervoor net te jong. Ik ging najaar 1942 studeren in Wageningen.

Loyaliteitsverklaring

Na de Februaristaking in 1943 tegen de deportatie van Joodse mensen, moest je om verder te studeren een loyaliteitsverklaring tekenen. Dat hield in, dat je loyaal zou zijn aan de Duitse overheid en geen Joods bloed had.  Tekende je niet, dan werd je opgeroepen voor de arbeidseinsatz. Ik heb niet getekend en werd daarom opgeroepen om te melden in Amersfoort voor transport naar Duitsland. Toen ben ik ondergedoken en woonde afwisselend in Zeist of op de boerderij in Driebergen.

Verzet

In 1944 kwam ik terug in Zeist. Ik bracht krantjes(Trouw)  rond en ging samen met mijn één jaar oudere broer bij de ondergrondse. Wij hoorden bij een groep van tien man. Onze groep had wapens en explosieven, die gedropt waren op de Veluwe met een vuilnisauto met gasgenerator naar het huis van de groepscommandant aan de Graaf janlaan gebracht. De wapens werden in de werkput van zijn garage opgeslagen. Een deel van ons huis was gevorderd door Duitsers. Dat was best wel handig, want daardoor werd het huis overgeslagen met razzia’s en konden we wapens in huis veilig bij ons houden. We hadden goede contacten met de soldaten in ons huis. Ze waren allemaal oorlogsmoe.

 De boerderij de Hondspol werd gebruikt als er in Zeist razzia’s werden aangekondigd.  De spoorwegovergang Driebergen werd niet goed bewaakt. Tijdens de slag om Arnhem werden door de Duitsers grote hoeveelheden munitie uit Noord Holland naar Arnhem gebracht. Dat gebeurde vooral ’s nachts, omdat overdags jachtvliegtuigen patrouilleerden . Uit een klein konvooi strandde er een Duitse vrachtwagen met autopech bij de boerderij.  Zij parkeerden de auto en gingen in het hooi slapen.  Wij waarschuwden de knokploeg uit Zeist. Die kwamen vroeg in de ochtend en overmeesterden de twee slapende mannen. Het bleken een Duitse soldaat en een Nederlands chauffeur te zijn. Zijn vrachtauto was gevorderd. De soldaat werd meegenomen. De chauffeur is naar huis gesmokkeld. De geel geverfde  vrachtwagen was gevuld met handgranaten en antitankgranaten. Deze spullen werden op bakfietsen onder karpetten en huisraad verborgen en naar Zeist gebracht. De vrachtwagen werd wit geschilderd en gebruikt om in Drenthe eten te halen voor de kindergaarkeuken in Zeist.

Kamp Waterloo

Op een goede dag, fietste ik onderweg naar Huis ter Heide een razzia in. Ik werd opgepakt door Duitsers en naar kamp Waterloo aan de  Leusderhei gebracht. De mensen in dat kamp moesten in Hamersveld loopgraven maken. Er waren veel Rotterdammers in het kamp. Het kamp werd door Organisation Todt( OT) gerund. We moesten ’s morgens vroeg een uur lopen naar Hamersveld.  Langs de rij liepen bewakers van de OT . Achteraan liepen gewone Duitse wehrmachtsoldaten. Die letten minder goed op. Daardoor kon ik op een geven moment uit de rij stappen bij een boerderij . Ik werd niet gesnapt en liep door de Treek en het Sperrgebiet achter de Pyramide terug naar Zeist. Ik was niet bang, wel voorzichtig.

Na de oorlog

Na de oorlog ben ik weer gaan studeren in Wageningen. Ik kreeg na anderhalf jaar een oproep voor militaire dienst.  Ik moest naar Indonesië, naar Midden-Java. Ik was daar reserve- officier motortransport. Hoewel ik in mijn functie niet al te veel gevaar liep, ben ik samen met een collega met veel geluk ontkomen uit een hinderlaag van de Sarakat Islam. Het kwam goed van pas, dat ik wat Indonesisch sprak. Na drie jaar militaire dienst kwam ik terug in Nederland. Ik heb scheidkunde gestudeerd en microbiologie in Groningen. Na mijn studie ben ik getrouwd. Ik heb een aantal jaar bij de DSM (staatsmijnen) gewerkt. Daarna ben ik bij een onderzoeksinstituut van het Ministerie van landbouw gaan werken en weer in Zeist gaan wonen aan de Lyceumlaan.